Iemand verliezen aan de dood is een ingrijpende gebeurtenis. Je wordt heen en weer geslingerd tussen gevoelens van ongeloof, wanhoop, verdriet, woede en eenzaamheid.
Het contact met lotgenoten kan een enorme steun zijn tijdens het rouwproces.
Iemand die zelf ook een geliefd persoon heeft verloren heeft meestal aan een half woord genoeg om te begrijpen wat de ander bedoelt.
Door te praten met elkaar, creatief bezig te zijn en door te werken met
muziek en gedichten komen de deelnemers een stapje verder in hun rouwproces.
Ieder rouwproces is uniek en verloopt voor elk mens anders. Ieder heeft
zijn eigen tempo. Een rouwproces is ruwweg te verdelen in vier fasen die overigens niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde doorlopen worden.
De vier fasen zijn:
Beseffen: erkennen dat de ander er niet meer is
Bezinnen: ervaren wat het verlies met je doet
Bezinken: leren omgaan met je gevoelens
Beginnen: je weg vinden zonder de ander
De aanpak en de theorie zoals onderwezen aan het opleidingsinstituut van Riet Fiddelaers-Jaspers en Sabine Noten, het Land van Rouw te Heeze, en het contextueel gedachtegoed van Ivan Boszormenyi-Nagy vormen de basis voor de wijze van begeleiden.